
Zeekabels! De aderen die van Nederland het kloppende hart van de digitale wereld maken. Wel zo belangrijk, zou je denken, helemaal als we met z’n allen zo trots zijn op onze digitale economie. En toch hoor je weinig over zeekabels – laat staan dat er geld komt van het kabinet om ze te onderhouden of nieuwe aan te leggen. In dit berichtje leg ik uit hoe het zit.
Wat heb ik gedaan?
Laat ik beginnen met het goeie nieuws: de Kamer heeft twee van mijn moties gesteund en daarmee zijn nieuwe zeekabels weer een stukje dichterbij voor Nederland!
- Een motie om te kijken hoe we met Europees geld een zeekabel tussen Europees en Caribisch Nederland kunnen aanleggen.
- Een motie om een zeebodemonderzoek te doen waarmee we een nieuwe zeekabel naar Nederland kunnen brengen.
Het zijn misschien wat kleine stappen, maar ik geloof dat het veel in gang kan zetten. Het liefst zie ik natuurlijk een kabinet dat volop investeert in onze digitale infrastructuur!
Waarom zijn zeekabels belangrijk?
Het Europese internet komt binnen via die zeekabels. Ze verbinden alle continenten met elkaar en zorgen ervoor dat we met elkaar kunnen communiceren. Dat is heel goed voor onze economie, omdat het betekent dat toffe Europese techbedrijven in Nederland terecht kunnen en meteen verbonden zijn met de hele wereld. Zeekabels zijn ook van strategisch belang: hoe ze lopen bepaalt van wie we afhankelijk zijn en met welke landen we het snelste samenwerken.
Hoe meer verschillende zeekabels we hebben, hoe minder afhankelijk we zijn van één land. En hoe meer invloed Nederland heeft als kikkerlandje dat meespeelt met de grote jongens. De keerzijde is dat zeekabels kwetsbaar zijn. In januari bleek dat een van onze zeekabels doelwit was voor een Russisch spionageschip. Dat is best eng, want zo goed zijn die kabels allemaal niet beschermd. Erger nog: van de acht kabels die in Nederland aanlanden, zijn er vier toe aan vervanging. Ze worden sowieso al uitgefaseerd of gaan haperen. Zonder vervanging raakt Nederland al snel de positie kwijt waar we zo trots op zijn.
Waar gaat het mis?
Dan denk je misschien: alle ballen op die kabels! Helaas is niks minder waar. Volgens het kabinet zitten er een aantal dingen in de weg: kabels aanleggen is complex, de Noordzee is druk en er zijn te weinig bedrijven die ze nog willen aanleggen. De markt heeft geen zin om hier zeekabels aan te leggen. Met doorgeslagen marktdenken komen we dus niks verder.
Dan wordt het politiek. Als de markt er niet is maar de infrastructuur op omvallen staat, moet de overheid in actie komen. Nieuwe zeekabels maken Nederland welvarend, innovatief, en veilig. Eerder vroeg ik daarom met een grote meerderheid van de Tweede Kamer om de overheid een grote rol te geven bij nieuwe zeekabels. Want digitale infrastructuur is in het belang van ons allemaal!
In Caribisch Nederland zijn de problemen met digitale connectiviteit groot. Omdat er maar heel weinig bedrijven zijn die de kabels willen betalen, worden de prijzen omhoog gedreven en hebben mensen een slechte verbinding. In Bonaire is de situatie nog slechter, want de enige twee kabels die daar aankomen zijn oud en worden beheerd door andere landen.
Met een grote meerderheid van de Kamer gaf ik het kabinet de opdracht om een plan te maken om genoeg zeekabel tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland te leggen. Er is een onderzoek waar uit blijkt dat dit nodig is. Dan is de enige missie nog om het ook echt te doen!
Waar staan we nu?
Vorige week stuurde het kabinet een brief over mijn twee moties. Het goede nieuws? Zeekabels vinden ze belangrijk en er zijn wat manieren onderzocht om meer te investeren. Het slechte nieuws? Er is geen rooie cent te makken! Dat is aan een volgend kabinet, vindt de Minister. Er is alleen te veel haast om zo lang te wachten.
Daarom heb ik actie genomen. Als het kabinet zegt ‘we kunnen deze zeekabel alleen aanleggen als we een onderzoek doen naar de zeebodem’ dan zegt de Kamer: doe dat dan! En als het kabinet zegt ‘dit kunnen we alleen betalen met een Europese subsidie’ dan zegt de Kamer: doe die aanvraag! Niet treuzelen, maar stappen zetten.
Ik vind het een mooi voorbeeld van hoe de Tweede Kamer en het kabinet elkaar kunnen versterken. Door op het juiste moment bij te sturen, kan ik – zelfs als Kamerlid in de oppositie – een bijdrage leveren aan onze digitale veiligheid. En als het kabinet treuzelt, werken partijen samen om nieuwe stappen te zetten.
Wat kan jij doen?
Ik zet me al jaren in als Kamerlid voor een betere digitale infrastructuur. Eentje waar we zelf de baas over zijn, die goed is voor onze veiligheid, en zorgt voor een sterke economie. Het maakt ons onafhankelijk van Big Tech! Dat werk zet ik graag door, dus vraag ik je om op mij te stemmen bij de verkiezingen op 29 oktober. Met 17.000 stemmen kan ik dit werk voortzetten! Ik ben kandidaat #32 van de tweede partij op het stembiljet.
