☁️VERSLAG – Alternatieven voor de Amerikaanse cloud!☁️

Mockup van sticker in cartoonstijl. Barbara Kathmann op de voorgrond achter een laptop. Op de achtergrond groot "NERDVOTE" in rood en groen, net als het logo van GroenLinks-PvdA. Onderaan kleiner: Stem Kathmann - Lijst2 - #32

Een plaatje met alle knappe koppen die bezig zijn met de Nederlands-Europese cloud!

Dit is een verslag van een bijeenkomst, die op maandag 26 januari 2026 is georganiseerd in de Tweede Kamer. Nederlandse organisaties kwamen toelichten hoe veel we zelf al kunnen doen op het gebied van ICT!

Opzet

De volgende organisaties hebben deelgenomen aan het overleg, of hebben schriftelijk hun ideeën gedeeld:

  • Digitale Infrastructuur Nederland (DINL)
  • BIT
  • The Sharing Group Online
  • Soverin
  • Dutch Cloud Community (DCC)
  • Intermax
  • Uniserver
  • Nederlandse Soevereine Datacenter Coalitie (NSDC)
  • Amsterdam Internet Exchange (AMS-ix)
  • Centric

De volgende Kamerleden waren aanwezig:

  • Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA)
  • Sarah El Boujdaini (D66)
  • Hilde Wendel (VVD)
  • Jantine Zwinkels (CDA)
  • Daniël van der Berg (JA21)
  • Sandra Beckerman (SP)
  • Annelotte Lammers (Groep Markuszower)

De Kamerleden hebben vooraf aan de organisaties twee vragen voorgelegd:

  1. Welke belangrijke IT-diensten draaien nu al autonoom?
  2. Wat kan de overheid nú doen om onafhankelijker te worden?

Het onderstaande verslag weergeeft de standpunten van de aanwezige leveranciers in antwoord op de eerste vraag. De adviezen zijn gebaseerd op de punten die zijn ingebracht door diezelfde externen in antwoord op de tweede vraag.

Context

Nederland is totaal afhankelijk van Amerikaanse techbedrijven. Als Microsoft Azure stopt met werken, werkt de democratie niet. Het onderwijs en ziekenhuizen vallen stil en zelfs de Tweede Kamer ontvangt geen mailtjes meer. Partijen van links tot rechts hebben voorstellen gedaan om Nederland digitaal onafhankelijk te maken. En toch is de reactie vaak: er is geen alternatief voor de Amerikaanse hyperscalers.

Dit beeld moeten we weerleggen. Er zijn zo veel bedrijven die al goede ICT-diensten voor de overheid leveren. Elke dag worden onze ziekenhuizen en overheidsorganisaties veilig gehouden door ondernemers van Nederlandse bodem. We zijn als Nederland tot veel meer in staat dan we soms denken, omdat we te gewend zijn geraakt aan het handjevol techgiganten dat de markt domineert.

Daarom nodigden leden van de commissie Digitale Zaken op maandag 26 januari 2026 een vertegenwoordiging van Nederlandse ICT-bedrijven uit om toe te lichten wat voor diensten zij momenteel al leveren voor de overheid. Onder leiding van onafhankelijk voorzitter van de sessie, Bert Hubert, schetsten aanwezige bedrijven een beeld van de ICT die we nu al prima zelf kunnen regelen en welke stappen er nodig zijn om de strategische autonomie te vergroten.

Wat het Nederlandse bedrijfsleven nu al levert

Laten we beginnen met complimenten uitdelen: het is knap werk dat de Belastingdienst op ‘aangiftenacht’ klaar staat om elke Nederlander tegelijk te bedienen. Dat gebeurt op hun eigen computers op hun eigen erf. Zo’n robuust proces, volledig in eigen beheer, is een kroonjuweel van de digitale overheid.

In de coronaperiode werd duidelijk dat urgentie veel dingen mogelijk maakt. Binnen enkele weken hadden ziekenhuizen en bedrijven een landelijk spreidingssysteem gemaakt voor covidpatiënten. Uiteindelijk deed 100% van alle ziekenhuizen mee aan een landelijk systeem voor elektronische patiëntendossiers. Bedrijven kwamen samen om de CoronaCheck-app te maken in opdracht van de overheid, dat werd ontwikkeld en beheerd binnen landsgrenzen.

In de zorgsector wordt veel gebruik gemaakt van Nederlandse oplossingen. Van het ZORG-ID platform voor zorgmedewerkers, het verwerken van ontelbaar veel medische onderzoeksdata en hele ziekenhuizen die hun complete IT-infrastructuur soeverein draaien. In het hoger onderwijs groeit de soevereiniteit ook: consortium SURF biedt veilige, betrouwbare diensten van 20 leveranciers aan onderwijsinstellingen. In overheidsland zijn er ook goede voorbeelden, van tweedekamer.nl, tot de Hoge Raad en de Autoriteit Financiële Markten draaien autonoom.

Autonomie betreft ook fysieke infrastructuur. In Amsterdam staat het één-na-grootste internetknooppunt van Europa, de Amsterdam Internet Exchange, de plek waar data van over de hele wereld de EU binnenstroomt. Er bestaat wel een bottleneck: schaarse ruimte. Het Rijk kent vier overheidsdatacenters (ODC’s), daarin kunnen innovatie, rekenkracht en data-opslag op basis van publieke waarden belegd worden. Maar dit is slechts een klein onderdeel van de totale datacentercapaciteit in Nederland, waarvan maar liefst 75% in handen is van Amerikaanse partijen. Zie ook de recente ontwikkelingen rondom het hyperscale-datacenter in Amsterdam ten behoeve van Microsoft.

Kenmerkend voor de Nederlandse techindustrie is samenwerking. De schaal van Microsoft, Google en Amazon kan geen enkel Europees bedrijf evenaren. De verwachting dat één bedrijf een volwaardig alternatief kan leveren is dan ook niet realistisch. Maar dat hoeft het doel ook niet te zijn. Juist diversificatie en meerdere samenwerkende partijen bereid vinden om diensten te bouwen en leveren, zorgt voor autonome ICT. Als één partij omvalt, staan bekende partners klaar om het werk over te nemen. Zo verspreid je de risico’s en voorkom je een totale vendor lock-in.

Bijkomend voordeel van zakendoen met Nederlanders is dat hun diensten in de basis ‘compliant’ zijn: het voldoet aan onze wet- en regelgeving, van de NIS2 tot de AVG. Er is geen waslijst aan (dure) mitigerende maatregelen en extra afspraken nodig om een dienst in de mal van onze wetgeving te proppen. Nationale ICT-bedrijven bouwen diensten die goed met elkaar samenwerken, gebaseerd op open standaarden zoals vastgesteld door organisaties als de NEN en het Forum Standaardisatie. Risico’s die standaard zijn bij het afnemen van diensten van niet-Europese techbedrijven, zijn hier in de basis niet aan de orde.

Adviezen van het Nederlandse bedrijfsleven

In het gesprek zijn de volgende adviezen ter tafel gekomen. In willekeurige volgorde:

► Stel prioriteiten

Begin met wat echt moet voor het functioneren van de samenleving. Anders wordt de opdracht te groot en neemt de kans op succes af. Begin klein met behapbare en realistische stappen richting soevereiniteit. Een ‘gap-analyse’ kan in zicht brengen waar vraag en aanbod nog niet op elkaar aansluiten.

► Zet een voorbeeld

De verlegenheid om actie te nemen moet er af. Maak van één organisatie binnen de overheid het gouden voorbeeld door het met spoed af te koppelen van diensten die ons strategisch afhankelijk maken. Of het nou Staatsbosbeheer of het Ministerie van Algemene Zaken is, maak een plan, doe ervaring op en trek lessen die breed bruikbaar zijn.

► Accepteer dat je moet wennen

Europese technologie is anders dan Amerikaanse technologie. Dat is maar goed ook, want de schaal van bedrijven als Microsoft, Google en Amazon was altijd al problematisch. Volgens aanwezigen kan de Europese markt al 80% leveren van wat de Amerikanen leveren. Door als overheid deze diensten af te nemen en als lancerende klant op te treden, wordt dat aandeel snel groter.

► Scherp inkoopeisen aan

Door de juiste eisen te stellen aan ICT-inkoop wordt verdere integratie tussen Nederlandse en Europese diensten aangejaagd. Eis dat nieuwe ICT-oplossingen op open standaarden en een open architectuur zijn gebouwd, het liefst open source. Net als maildiensten die standaard met elkaar kunnen communiceren, wordt het dan mogelijk dat verschillende applicaties probleemloos samenwerken.

► Leef standaarden na

In het Forum Standaardisatie worden al afspraken gemaakt over zaken als dataportabiliteit en interoperabiliteit, twee randvoorwaarden voor een snelle exit als data niet meer veilig opgeslagen staat en om integratie tussen ICT-componenten te bevorderen. Alleen houdt de Rijksoverheid zich hier structureel niet aan. Koop geen diensten meer in die niet aan de afgesproken open standaarden voldoen. Deze regels mogen niet langer vrijblijvend zijn.

► Diversificatie als eis

Eén van de grootste risico’s in de huidige afhankelijkheid is vendor lock-in: het klemzitten bij één bedrijf. De Europese techindustrie is een divers ecosysteem dat, bij elkaar opgeteld, tot bijna alles in staat in. Aanbestedingen kunnen consortia en coalities van bedrijven aanmoedigen om zich in te schrijven. Als dan één bedrijf omvalt of wordt overgenomen, is de kans dat het hele proces faalt geminimaliseerd. Via raamwerkovereenkomsten voor consortia aan bedrijven kan dit worden aangejaagd.

► Een Nederlands-Europees plan B

Ga als overheid niet meteen afkoppelen van bestaande ICT-dienstverleners, maar bouw een soevereine back-up. Ontwikkel met Nederlands-Europese partijen een secundair ‘plan B’ voor bestaande dienstverlening. Zo doe je ervaring op met de eigen markt, zonder risico voor de continuïteit van bestaande processen.

► Definieer soevereiniteit / autonomie

Technologie is gelaagd; software die lokaal is ontwikkeld maar draait op Amerikaanse infrastructuur, draagt nog steeds risico’s met zich mee. Maar ook Frankrijk heeft wetgeving waarmee Nederlandse data kan worden ingezien. Of die risico’s acceptabel zijn, verschilt per situatie. Het doel moet zijn om de mate van afhankelijkheid terug te dringen, in de kennis dat het niet van de ene op de andere dag gerealiseerd wordt. Tevens kan gedacht worden aan een accreditatie voor bedrijven die aantoonbaar voldoen aan de verschillende categorieën soevereiniteitseisen.

► Harde infrastructuur

De digitale infrastructuur betreft ook hardware, van chips tot serverkasten tot zeekabels. Er zijn drie voorwaarden waar aan moet worden voldaan: stroom, connectiviteit en ruimte. Ruimtelijke ordening, waaronder het reserveren van datacentercapaciteit, is een aangelegenheid van gemeenten en provincies. Het Rijk moet een coördinerende rol spelen en voorkomen dat lokale overheden met techgiganten onderhandelen over ruimte. Dit zijn zaken van algemeen, nationaal belang.

► Samenwerking overheid-industrie

Eerlijke concurrentie voor ICT-opdrachten ontstaat alleen als bedrijven weten wat de overheid nodig heeft, en de overheid weet wat bedrijven in huis hebben. In plaats van een aanbesteding uitschrijven die vraagt om een specifieke oplossing, kan een aanbesteding beter het probleem definiëren. Dit stelt bedrijven in staat om zelf met creatieve oplossingen te komen.

► Aanbestedingsbeleid herzien

Aanbestedingen moeten uitnodigend zijn voor de Nederlands-Europese industrie. Voor kritieke processen kan “Buy European”-beleid wenselijk zijn, om te verzekeren dat aanbieders onder Europese jurisdictie vallen. Soortgelijke uitzonderingen voor Rusland, China en Iran worden al gemaakt in de ‘Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten’ (ABRO) en de ‘Algemene Beveiligingseisen voor Defensieopdrachten’ (ABDO).

► Toezicht versterken

De veranderende geopolitieke situatie vraagt om hernieuwde aandacht van toezichthouders voor de gevoeligheden bij overnames, aanbestedingen en het (niet-)naleven van gemaakte afspraken zoals open standaarden. Ga in gesprek met toezichthouders als de Autoriteit Consument & Markt over de middelen die nodig zijn om dit op orde te brengen.

► Centrale regie

Digitalisering is politiek, de optelsom van hoe overheidsorganisaties hun ICT inkopen en aanbesteden versterkt of schaadt onze publieke belangen. Een nieuw kabinet moet een coördinerende rol beleggen bij een bewindspersoon die inzicht en doorzettingsmacht heeft over de ICT tussen verschillende ministeries en organisaties. Dit is in lijn met de ambities van het nieuwe kabinet en volgt uit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.

Scroll naar boven